headerImage
 
 

Het Comité, CBRB & BLN zetten in op veiligheid gegaste ladingen

26-11-2020

 Aanleiding

Zoals u wellicht bekend is, heeft op 4 december 2019 een ernstig incident plaatsgevonden door een lading agribulk, die in Amsterdam was overgeslagen vanuit een zeeschip in een binnenvaartschip. Tijdens het vervoer door het binnenvaartschip is het schippersechtpaar zeer ernstig onwel geworden als gevolg van een te hoge concentratie fosfine dat nog aanwezig was in de lading. Deze lading was aan boord van het zeeschip bij belading in origine behandeld met losse tabletten fosfide. Het is aannemelijk dat het schippersechtpaar onwel is geworden doordat een of meer tabletten fosfide mee zijn gekomen bij de overslag vanuit het zeeschip in het binnenvaartschip, waarna deze aan boord van het binnenvaartschip het giftige fosfinegas hebben afgegeven. 

In dit nieuwsbericht informeren wij u graag over de ontwikkelingen omtrent dit dossier en de inzet van Het Comité van Graanhandelaren en het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) mede namens Binnenvaart Logistiek Nederland (BLN).

Omdat het voor zich spreekt dat er maximaal op moet worden ingezet om een herhaling van een dergelijk ernstig incident te voorkomen, zijn er op diverse niveaus initiatieven genomen om de veiligheid van alle partijen in de vervoersketen van agribulkproducten integraal te verbeteren.

Achtergrondinformatie wijze van gassingen
In de meeste gevallen wordt bij zeetransport gebruik gemaakt van ‘sleeves’ om Agribulkladingen te gassen ( het gassen van ladingen wordt ook “ontsmetten” van lading genoemd). Hierbij zitten tabletten in sleeves, die op de lading aangebracht worden. Deze fosfidetabletten reageren met zuurstof en water uit de lucht en geven het zeer giftige fosfinegas af, dat fungeert als ontsmettingsmiddel tijdens de reis van het zeeschip. Hiermee wordt ongedierte zoals insecten afgedood. Deze sleeves worden doorgaans geruime tijd voor  lossing uit het zeeschip verwijderd en het is relatief eenvoudig te controleren of  alle sleeves en daarmee alle tabletten uit de lading zijn verwijderd. Een zeer klein deel van de zeeschepen met agribulk is gegast met losse tabletten. 

Plan van Aanpak havenbedrijven
Er is door de Havenbedrijven Amsterdam en Rotterdam gewerkt aan een wijziging van het ‘Plan van aanpak voor schepen waarvan de lading in het buitenland is ontsmet met fosfine’. In  dit gewijzigde Plan van aanpak is ingestoken op twee mogelijke wijzen van gassingen, te weten gassing met fosfidetabletten door middel van sleeves en middels losse tabletten. 

Met de aanpassingen in het Plan van aanpak is een groot deel van de zorgen rondom met sleeves gegaste ladingen weggenomen, echter ondanks de gewijzigde werkwijze blijft bij ladingen, gegast met losse tabletten het risico bestaan dat er na de overslag losse tabletten in de lading achterblijven die nog fosfine gas kunnen afgeven.

De werking van het Plan van aanpak is ingeperkt door de reikwijdte van de Havenverordening. De werkingssfeer is gelimiteerd tot de gemeente(grenzen) waarvoor de havenverordeningen geldt. Dit betekent dat het Plan van aanpak slechts een oplossing kan bieden voor de overslag die plaatsvindt, én het verblijf van de zeeschepen met betreffende lading in de zeehavens van Rotterdam en Amsterdam. De wijze waarop met de lading wordt omgegaan buiten het havengebied en / of in andere zeehavens worden hierdoor niet afgedekt. Inmiddels hebben ook alle Nederlandse zeehavens bevestigd de werkwijze zoals beschreven in het genoemde Plan van aanpak over te nemen.

Acties in de keten
Met het vernieuwde Plan van aanpak van de havenbedrijven zijn er verschillende maatregelen genomen waarbij de risico’s van de overslag en binnenvaarttransport van gegaste ladingen zijn teruggebracht. Tijdens het overleg van verschillende ketenpartners is er echter geconcludeerd dat er naast het Plan van Aanpak van de havenbedrijven aanvullende maatregelen in de keten noodzakelijk zijn, omdat het risico bij het gassen met losse tabletten niet volledig is uitgesloten.

Dit ketenoverleg is tot stand gekomen op verzoek van enkele leden van Het Comité van Graanhandelaren. Bij het ketenoverleg zijn alle ketenschakels actief rond de import, handel, op- en overslag en transport van agribulk vertegenwoordigd, waaronder het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB namens BLN), havenbedrijven, bevrachters, agenten, importeurs, op- en overslagbedrijven, mengvoederfabrikanten, gassingsleiders en surveyors.

Bij dit overleg hebben de ketenpartijen de ervaringen gedeeld en wordt gekeken naar oplossingsrichtingen ter verbetering van de veiligheid in de agribulkketen. 

Door de ketenpartijen wordt ingezet op de volgende (deel)oplossingsrichtingen:

  1. In de keten zorgdragen voor het meeleveren van informatie over gegaste ladingen;
  2. Verhogen van het kennisniveau in de keten; 
  3. Uitbreiding van de arbocatalogus binnenscheepvaart;
  4. Een internationale aanpak om de risico’s van losse tabletten te minimaliseren.

Op dit moment wordt door de partners van het ketenoverleg hard gewerkt aan bovengenoemde oplossingsrichtingen.

Internationale kader 
Naar aanleiding van de bovenstaande 4e deeloplossing van het ketenoverleg zijn Het Comité van Graanhandelaren en het CBRB/BLN in contact getreden met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In het overleg zijn de beleidsmedewerkers van het Ministerie bijgepraat over de ontwikkelingen en oplossingsrichtingen die in de keten worden voorzien en is hen gevraagd om zich op internationaal niveau in te zetten om het veiligheidsprobleem bij de bron aan te pakken.

Daarnaast is het belang van een structurele internationale oplossing benadrukt, omdat oplossingen op lokaal of nationaal niveau er alleen maar voor zorgen dat zeeschepen zullen uitwijken naar havens in de ons omringende Lidstaten. Hierbij wordt het veiligheidsprobleem niet weggenomen, maar uitsluitend verschoven. Daarnaast is een Europees level playing field voor de havens en de Nederlandse economie van essentieel belang. 

Door het Ministerie is aangegeven dat zij bereid zijn om op internationaal niveau een wijzigingsvoorstel te doen in de IMO-richtlijn voor het beschermen van agribulklading tegen plaagdieren.

Vervolgstappen
Het ketenoverleg is van mening dat inzet op alle bovengenoemde sporen essentieel is om herhaling van een zoals in de inleiding genoemde incident te voorkomen.

Alleen als wij ons allemaal verantwoordelijk voelen en het maximale doen wat binnen onze macht ligt om de veiligheid verder te verbeteren, wordt de kans op herhaling van dergelijke incidenten -veroorzaakt door lading gegast met losse tabletten- tot het absolute minimum beperkt. 

Wij zullen u in de toekomst op de hoogte van de ontwikkelingen op dit vlak.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Paulien van de Graaff van Het Comité van Graanhandelaren; P.vandegraaff@graan.com en/of Michael Zevenbergen van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart; m.zevenbergen@binnenvaart.nl.